Leeg, plat, futloos, moe,… Hoeveel synoniemen er nog bestaan weet ik niet, maar ik kan ze allemaal gebruiken. Maandag ben ik keihard op mijn grens gebotst.
De voorbije week was de laatste zware week. Dat het de laatste moest zijn heeft mijn lichaam me zeer duidelijk gemaakt. Maandagochtend startte de eerste taperweek met 50km fietsen en 15km lopen. Het fietsen verliep nog goed. Mijn benen draaiden soepel, de snelheid lag rond de 33km/u, maar mijn hartslag liet al vermoeden dat het vet van de soep was.
Na de fietstraining trok ik de loopsloffen aan voor 15km, maar daar had mijn lijf geen zin meer in. Na amper 20′ stond ik geparkeerd. Ik voelde me licht in mijn hoofd en begon hevig te zweten. Hoezeer ik ook verder wilde, ik moest stoppen en wandelen. Ik vocht nog even, maar begon toch wat te stappen. In mijn achterhoofd vervloekte ik mezelf, want dat moet ik volgende week dus absoluut niet gaan doen als ik wat wil presteren.
Ik bleef op mezelf inpraten. De eekhoorntjes keken verbaasd op van die vreemde man die zichzelf stond op te peppen. Na 10′ stappen had ik mezelf overtuigd dat ik beter naar huis ging. Ik begon zacht te joggen naar de auto en wonderwel ging het plots beter. Het moment dat ik berustte in het feit dat ik zo dood als een pier was, kon mijn lijf weer wat beweging aan. Ik liep de 15km nog uit. Was het niet voor de conditie, dan wel voor het mentale aspect.
Ik ben mijn grens tegengekomen en ben daar, hoe vreemd het ook kan klinken, zeer blij om. Toch voel ik me nog steeds platjes. Ik ben doodmoe en zou het liefst van al heel de dag slapen. Gisteren koos ik, net als vandaag, voor een rustdag met enkel loszwemmen. Doordat ik nachtdienst had gisteren voel ik me nog niet zo best en ben ik nog moe, maar morgen hoop ik al voor een groot deel hersteld te zijn. Vanaf vandaag elke dag op tijd het bed in en steeds lang genoeg slapen.
Qua trainen is het niet meer dan prikkelen van mijn gestel. De zin om er in te vliegen is er in ieder geval wel al.
Groeten Tom