Het begint nu toch wel wat te wegen. De laatste zware trainingsweken hebben hun effect niet gemist. Ik ben moe. Mijn hoofd en benen voelen afwisselend goed en slecht aan. De hartslag en snelheid zijn ok, maar mijn lichaam heeft zowat zijn grens bereikt. De benen voelen moe aan, de armen hebben iets meer moeite om de zwemsnelheid hoog te houden.
Deze laatste zware week tracht ik toch op de tanden te bijten. In neem bijna al mijn overuren op om zoveel mogelijk te rusten tussen de trainingen door.
Dinsdag trok ik er met Stefan op uit voor een lange duurrit. Het werd 4u30′ lang zeuren om trager te rijden. Mijn 2uur durende duurloop van maandag zat nog in de benen. Tijdens een sprintje over het viaduct werd ik zowaar onpasselijk. Het laatste half uur kwam ik er terug wat door.
Woensdag vlotte de zwemtraining quasi perfect. Mijn duurtempo ligt op 1′26″ per honderd meter. Mijn armen moeten iets harder trekken om het tempo aan te houden, maar het gaat wel. De looptraining onmiddellijk na het zwemmen verliep dan weer barslecht. Ik liep wat mottig rond te dolen, terwijl ik deed alsof ik liep. Mijn hartslag was normaal en de snelheid lag rond 5′/km. Ik zou zelfs willen stappen hebben. Runners high? Niets daarvan. Het was eerder Runners Die!
Donderdag was alles weer tip top in het fietsen. Ik bolde 75km in de polder op mijn volledig afgestelde wedstrijdfiets, dito tijdrithelm. Ik voelde mijn pedalen haast niet. De intensieve zwemtraining nadien werd dan weer werken geblazen.
Morgen staat nog een intensieve koppeltraining op het programma. 90km fietsen met enkele blokken aan wedstrijdtempo, gevolgd door een getimede wissel en 10km lopen, met de eerste 5km aan wedstrijdtempo. Dat wordt vast en zeker een harde noot.
Groeten Tom