Deze ochtend nog eens in het zonnetje gefietst. Wat een verademing na de bakken water die we gisteren over onze kop gegoten kregen.
Dit weekend stond in het teken van de sprint triatlon te Herderen, een godvergeten gat in Limburg. Ik vroeg deze week om een harde omstandigheden. Ik wou regen en wind en meer van dat alles. Aan de mens hierboven: “Het was om te lachen!”
Om 12.30u stond 400m zwemmen geprogrammeerd in een 20m bad. In tegenstelling tot wat sommige misschien kunnen denken is zo een kort bad geen voordeel. Optrekken, keren en weer optrekken. Daar komt het zo een beetje op neer. Na 5′10″ als 8ste afgetikt en daar ben ik best tevreden mee. Niet super, maar gewoon goed.
Toen gingen de hemelsluizen goed open. Regen, regen en nog eens regen. De parcoursverkenning viel dan ook nog eens tegen. Wouter Monchy, Joris Duquet, ik en nog twee anderen konden het juiste parcours maar niet vinden. Van opwarming kwam ook al niet veel in huis wegens de koude en de regen. Even was er wat onduidelijkheid rond de start, maar om 15u stond iedereen goed en wel klaar. Vooraf had ik beslist om direct volle gas door te gaan. De goeie mochten mee, de slepers moesten er direct af of mochten zeker niet terugkomen. Mijn benen draaiden goed rond. De krachtpatsers Appermans en Smolders vlogen voorbij op zoek naar het kopduo. Wij zaten met zes samen. Na enige aanmoediging en veel kopwerk van mij werd er dan toch goed rond gedraaid. 3 ronden op glooiende wegen, loeiharde wind, ijskoud water en op het einde een venijnige knik. Ik kon goed tempo rijden en nam heel wat werk op mij. Enkel op de knik moest ik reserve inbouwen. Mijn gezellen reden beter omhoog. Gelukkig luisterden ze goed naar mij en bleef ons groepje samen, want tegen de wind hadden we mekaar nog nodig.
Voor de wissel maakte ik een blunder van jewelste. Ik deed voor de slotklim mijn linkerschoen al uit. Nu reed ik zeker traag omhoog. De anderen namen wat afstand. In de wissel kreeg ik mijn loopschoenen haast niet aan van de koude voeten en kramp in mijn kuiten. Het lopen werd dan ook afzien. De eerste van de heuvelende rondes liep ik tegen maagkrampen aan. De tweede ronde kon ik nog iets versnellen. Een dertiende plaats werd mijn deel na 1u04′48″.
Conclusie: Het zwemmen zit goed. Op de fiets gaat het behoorlijk, toch sta ik nog enkele kilo’s te zwaar om goed omhoog te rijden. Dat wordt de komende weken lijnen. Het lopen zal altijd mijn achilleshiel zijn. Toch moet ik leren dieper te gaan. Het kopke moet dat kunnen.
Sprint afstand zal nooit mijn dada zijn, maar het is wel een leuke training.
Groeten Tom

